Het komt heel onschuldig binnen. Gewoon een mailtje van een nichtje van me met de tekst: "Je bent bekender dan je zelf denkt. Kijk maar."
En als je dan doorklikt, krijg je het volgende filmpje te zien:
Alleen dan met je eigen naam (en foto) als de gezochte persoon, foto's van jouw vrienden op het prikbord en met je eigen woonplaats! Het is echt een filmpje waar je even van schrikt. (En waarvan ik bijna zeker weet dat het ervoor zorgt dat sommige collega's nooit een hyves-account zullen aanmaken!)
Daarnaast denk ik ook: knap gemaakt! Ieder hyver krijgt een persoonlijk filmpje te zien met zijn eigen foto en de gegevens van zijn eigen netwerk. Ik vind dit een waanzinnig goede campagne. Hij maakt echt indruk!
Ik zag later een item in het Jeugdjournaal met kinderen die dit filmpje ook ontvangen hadden. Het had hen de ogen geopend over hoe makkelijk het is informatie over personen via internet te verzamelen. En ze waren van plan in het vervolg voorzichtiger te zijn met wat ze op hyves zetten.
Ik hoor tegenwoordig ook een radioreclame van Postbus 51 waarin iemand bijvoorbeeld vertelt "wij zijn de familie ... en we wonen op ....
En dan komt de waarschuwing dat je op moet letten met wat je op internet zet.
Allemaal duidelijk (soms schokkend) en logisch. Maar ik blijf toch zitten met de vraag: is veilig internetten een taak van de bibliotheek? Hoe ver willen/moeten we als bibliotheek gaan met het geven van dit soort media-educatie aan kinderen en volwassenen.
De bibliotheek is toch vooral de vindplaats van allerlei soorten informatie. In hoeverre dragen wij als bibliotheek actief deze veilig internet-boodschap uit? Oké, we tonen dit 'goede internetgedrag' omdat goed voorbeeld goed doet volgen. Maar moeten wij wel echt actief voorlichting geven over veilig internetten? Is dan het hek niet van de dam en worden we in het vervolg geacht om voorlichting te geven over allerlei overheidscampagnes?
We zetten vroeger toch ook alleen maar de Postbus 51-folders neer en gaven niet actief voorlichting over de in de folders genoemde onderwerpen?
Of ligt dat met veilig internetten anders? Komt dat dichter bij het aanleren van zoekvaardigheden en hoort het daarom wel bij de taak van de bibliotheek? Of geven wij alleen dit soort voorlichting als we mensen helpen die daadwerkelijk gebruik maken van internet in de bibliotheek? En als we internetinstructie geven bij klassenbezoeken? En is dit verder iets wat mensen zichzelf moeten aanleren?Van de VOB kregen we een paar maanden geleden ook een stapeltje "veilig internet-pakketten" toegestuurd om te gebruiken voor de lokale cursussen mediawijsheid. Ook op internet zelf wemelt het van veilig internet-informatie. Bijvoorbeeld: http://www.iksurfveilig.nl/, http://www.clicksafe.be/splash/nl/, http://ouders.veilig.kennisnet.nl/ en http://www.veiliginternetten.nl/ om er maar een paar te noemen.
Ik kan me voorstellen dat als je echt internetlessen geeft (zoals wij doen met groep 7: zoeken op internet en zaken die daarbij horen), dat de veiligheid op het net dan ook aan bod komt.
Maar is het actief voorlichting geven over veilig internetten aan al onze leners een taak van de bibliotheek? Het komt op mij zo betuttelend over. We leren onze bezoekers toch ook geen algemene normen en waarden en verkeersregels?
Ik vraag me af waar de grens ligt: wat hoort nog wel bij de bibliotheektaak en wat niet meer?

4 opmerkingen:
Dit is een ingewikkeld vraagstuk. Primair ligt de verantwoordelijkheid voor surfgedrag van kinderen bij de ouders. Als bibliotheek kun je natuurlijk wel voorlichting geven. Bicat geeft ook de waarschuwing "lener is te jong" als er op een jeugdpas een volwassen boek wordt geleend. Als je groep 7 internetlessen geeft hoort daar zeker het aspect veiligheid bij. Dat zie ik als onderdeel van de les.
Ik zie niet vaak jeugd op onze internet computers, zou dat wel zo zijn (als het gebruik ooit gratis wordt)dan zou ik het een goede zaak vinden als een bepaald soort webisites geblokkeerd zou worden.
Mijn zoon kreeg ook zo'n filmpje doorgestuurd, wij hebben er allebei met verbazing naar gekeken. Een vriendin nam het heel serieus en was er helemaal van streek van. Ik vind ook niet dat de bibliotheek actief voorlichting hoeft te geven, wel noemen bij internetlessen. Ik geloof in eigen verantwoordelijkheid.
Ik denk dat "computerlessen" niet alleen voor kinderen bedoeld zijn.
Ik zou me kunnen voorstellen dat we als bibliotheek instructielessen over internetgebruik zouden geven. En dat we die aanbieden voor volwassenen. Bijvoorbeeld voor ouders van basisschoolleerlingen, omdat hun kinderen vaak sites en toepassingen op internet ondekken die hun ouders niet kennen.
Of lessen voor volwassen over het risico dat je kunt lopen op internet, ook qua techniek.
Zulke cursussen hoeven we natuurlijk niet zelf te geven. we kunnen er (als we dit een belangrijk onderwerp vinden) ook iemand voor inhuren.
Ben het met de eerste twee reacties op je blogpost eens. De bibliotheek hoeft niet zelf (actief) voorlichting over veiligheid op internet te geven. Eigen verantwoordelijkheid.
Indien computercursussen gegeven worden (uitbesteed, zoals voorheen) moet het vanzelfsprekend wel genoemd worden.
Een reactie posten